Competentieprofielen
We stellen competentieprofielen op aan de hand van een workshop. In deze workshop werken we met een representatieve groep om een breder zicht te krijgen op de functie. De groep bestaat uit functiehouders en anderen die met deze functie in aanraking komen zoals de direct chef.
Tijdens de workshop willen we dat alle informatie van de deelnemers zelf komt, daarom werken we met de critical incident methode. Om te beginnen noteert iedereen 10 incidenten of situaties gelinkt aan de functie op kleine kaartjes. Deze incidenten zijn zowel positief als negatief. Vervolgens gaan we deze incidenten categoriseren. De groep gaat de incidenten indelen in thema’s. Als alle incidenten een plaats hebben gekregen gaan we elke groep incidenten benoemen. We gaan er een competentie op plakken. Daarna gaan we bij elke competentie een gepaste omschrijving zoeken die steeds begint met ‘Is in staat om…’. Hierna gaan we voor elke competentie enkele gedragsindicatoren zoeken. Dit kunnen de incidenten zijn, maar er kunnen ook nog andere gedragingen gezocht worden. Eventueel kunnen we deze gedragsindicatoren verder uitwerken in schalen om verschillende niveaus te bepalen. Aan de hand van deze niveaus kan de ontwikkeling van de competenties beter opgevolgd worden.
Als er voor meerdere functies een competentieprofiel wordt opgesteld, kunnen we achteraf met 1 persoon van elke groep samenzitten om kerncompetenties voor de hele organisatie te bepalen. Dit zijn competenties die in elke functie belangrijk zijn.